Een passende onderzoeksopzet maken
Training in het kort
Competentie: Onderzoeken
Indicator: OZ-01 â Onderzoeksvraag en aanpak formuleren
Niveau: Toepassen
Duur: ongeveer 30 minuten
Projecttype: onderzoeksproject
Resultaat: een gecontroleerde en uitvoerbare onderzoeksopzet
đŻ Wat leer je?
Je leert hoe je vanuit een onderzoeksvraag bepaalt:
- welke gegevens je nodig hebt;
- welke onderzoeksmethode daarbij past;
- wat of wie je onderzoekt;
- hoe je de gegevens zorgvuldig verzamelt;
- hoe je de uitvoering controleerbaar beschrijft;
- welke privacy-, ethiek- en veiligheidsregels gelden;
- wat je eerst in een kleine proefmeting of pilot moet controleren.
Na deze training is de onderzoeksopzet nog niet uitgevoerd. Eerst laat je de opzet controleren door de docent. Daarna voer je op een later moment een proefmeting of pilot uit.
đ Wanneer gebruik je dit?
Gebruik deze training wanneer:
- je onderzoeksvraag voldoende is afgebakend;
- je wel weet wat je wilt onderzoeken, maar nog niet precies hoe;
- de methode vooral bestaat uit âinformatie zoekenâ of âmensen vragenâ;
- niet duidelijk is welke gegevens nodig zijn;
- je niet weet hoeveel metingen, bronnen, observaties of deelnemers nodig zijn;
- de aanpak moeilijk uitvoerbaar, onveilig of onbetrouwbaar dreigt te worden;
- je wilt voorkomen dat je na de uitvoering ontdekt dat de gegevens de onderzoeksvraag niet beantwoorden.
â Wat moet al klaar zijn?
Begin pas wanneer:
- de hoofdvraag duidelijk en voldoende afgebakend is;
- belangrijke begrippen in de hoofdvraag zijn uitgelegd;
- je weet welk soort antwoord je zoekt;
- je een eerste beeld hebt van beschikbare tijd, middelen en deelnemers.
Warning
Een onduidelijke onderzoeksvraag leidt bijna altijd tot een onduidelijke methode.
Laat de hoofdvraag eerst controleren wanneer je nog niet precies weet wat je moet meten, vragen, observeren of opzoeken.
đ§ De kern: van vraag naar gegevens
Stel eerst deze vraag:
Welke gegevens heb ik nodig om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden?
Pas daarna kies je een methode.
| Je wilt weten⊠| Mogelijke gegevens | Passende methode |
|---|---|---|
| wat al bekend is over een onderwerp | informatie uit betrouwbare publicaties | bronnenonderzoek |
| wat mensen ervaren, vinden of nodig hebben | antwoorden van deelnemers | interview of enquĂȘte |
| wat mensen werkelijk doen in een situatie | systematische waarnemingen | observatie |
| welk effect een factor heeft | metingen onder gecontroleerde omstandigheden | experiment of meting |
Een project mag meerdere methoden combineren. Iedere methode moet wel een duidelijke functie hebben.
Voorbeeld
Hoofdvraag:
Welke inrichting van het schoolplein stimuleert leerlingen het meest om in de pauze te bewegen?
Mogelijke combinatie:
- bronnenonderzoek: wat is bekend over actieve schoolpleinen?
- observatie: welke plekken worden nu gebruikt?
- interview of enquĂȘte: waarom gebruiken leerlingen sommige plekken wel of niet?
- praktijktest: wat verandert er wanneer tijdelijk een nieuw spelelement wordt geplaatst?
đ ïž Aan de slag
Stap 1 â Schrijf de onderzoeksvraag op
...
Controleer:
- is duidelijk wat je onderzoekt?
- is duidelijk bij wie, waar of onder welke omstandigheden?
- is de vraag binnen het project uitvoerbaar?
- vraagt de vraag om gegevens en niet alleen om een mening?
Stap 2 â Bepaal welke gegevens nodig zijn
Maak de zin af:
Om onze onderzoeksvraag te beantwoorden, moeten we weten âŠ
Schrijf daarna zo concreet mogelijk op welke gegevens je nodig hebt.
| Wat moeten we weten? | Welke gegevens laten dit zien? |
|---|---|
Te vaag:
We moeten weten welke zonwering goed is.
Concreter:
We moeten per materiaal weten hoeveel de temperatuur in een gelijk schaalmodel tijdens twintig minuten belichting stijgt.
Stap 3 â Kies de methode
Kies één of meer methodekaarten:
Noteer per methode:
| Methode | Welke gegevens levert deze op? | Waarom past dit bij de hoofdvraag? |
|---|---|---|
Tip
Kies niet automatisch zoveel mogelijk methoden.
Iedere extra methode kost tijd en moet aantoonbaar bijdragen aan de hoofdvraag.
Stap 4 â Bepaal wat of wie je onderzoekt
Beschrijf:
- personen of gebruikers;
- bronnen;
- producten of materialen;
- locaties;
- proefopstellingen;
- meetmomenten;
- situaties of gebeurtenissen.
Wij onderzoeken âŠ
Denk ook na over de selectie:
- waarom juist deze bronnen, deelnemers, locaties of materialen?
- is de selectie voldoende gevarieerd?
- kun je de selectie binnen de beschikbare tijd bereiken?
- welke groep of situatie ontbreekt mogelijk?
Stap 5 â Beschrijf de uitvoering
Een ander team moet jullie aanpak kunnen begrijpen en zoveel mogelijk kunnen herhalen.
Beschrijf daarom:
- wat je voorbereidt;
- welke materialen, vragen of meetmiddelen je gebruikt;
- in welke volgorde je werkt;
- wie welke rol heeft;
- hoe lang een stap duurt;
- hoe vaak je iets uitvoert;
- welke omstandigheden gelijk blijven;
- hoe je afwijkingen noteert;
- wanneer je stopt of bijstuurt.
Niet herhaalbaar
We meten een tijdje hoe warm het wordt.
Wel herhaalbaar
Plaats de drie identieke schaalmodellen op 50 centimeter van dezelfde warmtelamp. Meet bij ieder model de starttemperatuur en daarna iedere twee minuten gedurende twintig minuten. Herhaal de volledige meting drie keer en wissel na iedere ronde de positie van de modellen.
Stap 6 â Maak de registratie vooraf
Bepaal vóór de uitvoering hoe je gegevens opschrijft.
Gebruik bijvoorbeeld:
- meettabel;
- observatieformulier;
- vragenlijst;
- interviewleidraad;
- bronnenmatrix;
- codeerschema;
- logboek.
| Gegeven | Eenheid of antwoordvorm | Waar registreren we dit? |
|---|---|---|
Warning
Wanneer je pas na de uitvoering bedenkt hoe je gegevens wilt ordenen, ontbreken vaak belangrijke gegevens of zijn resultaten moeilijk vergelijkbaar.
Stap 7 â Controleer kwaliteit
Vraag bij de opzet:
Past de methode?
- De gegevens kunnen de hoofdvraag beantwoorden.
- De gekozen methode past bij het soort vraag.
- Belangrijke begrippen zijn meetbaar, observeerbaar of bevraagbaar gemaakt.
Is de uitvoering zorgvuldig?
- De stappen zijn duidelijk beschreven.
- Metingen, vragen of observaties worden steeds op dezelfde manier uitgevoerd.
- Afwijkingen en onverwachte gebeurtenissen worden genoteerd.
- De hoeveelheid gegevens is haalbaar én bruikbaar.
- Een ander team zou de aanpak kunnen begrijpen.
Zijn beperkingen al zichtbaar?
- We weten welke factoren de uitkomst kunnen beĂŻnvloeden.
- We weten welke groepen, situaties of bronnen mogelijk ontbreken.
- We doen nog geen sterkere uitspraken dan de opzet toelaat.
đ Privacy, ethiek en eerlijk onderzoek
Deze basisregels gelden ook in de onderbouw.
Verzamel alleen wat nodig is
Vraag of registreer geen persoonsgegevens die je niet nodig hebt.
Niet nodig:
volledige naam bij een anonieme enquĂȘte over pauzegedrag.
Mogelijk wel relevant:
leerjaar, wanneer je verschillen tussen leerjaren onderzoekt.
Leg uit wat je doet
Deelnemers moeten weten:
- wie het onderzoek uitvoert;
- waar het onderzoek over gaat;
- wat er met hun antwoorden of beelden gebeurt;
- dat deelname vrijwillig is.
Vraag toestemming
Vraag expliciet toestemming voor:
- deelname aan interview of enquĂȘte;
- foto-, audio- of video-opnamen;
- gebruik van herkenbare citaten;
- observatie in een niet-openbare of gevoelige situatie.
Ga voorzichtig om met gegevens
- deel persoonsgegevens niet buiten het projectteam;
- bewaar gegevens alleen zolang ze nodig zijn;
- gebruik namen alleen wanneer dit noodzakelijk en toegestaan is;
- verwijder persoonsgegevens wanneer ze niet meer nodig zijn;
- verzamel geen gevoelige gegevens zonder toestemming van de docent.
Voorkom schade of ongemak
- zet deelnemers niet onder druk;
- stop wanneer iemand zich ongemakkelijk voelt;
- stel geen onnodig persoonlijke of kwetsende vragen;
- maak geen geheime opnamen;
- pas de methode aan wanneer de situatie onveilig of onzorgvuldig is.
Werk eerlijk
- verander of verwijder geen gegevens omdat ze niet bij je verwachting passen;
- verzin geen metingen, antwoorden of bronnen;
- noteer fouten en afwijkingen;
- vermeld beperkingen;
- gebruik bronnen correct.
Danger
Twijfel je over privacy, toestemming, veiligheid of gevoelige vragen?
Verzamel nog geen gegevens en bespreek de opzet met de docent.
Stap 8 â Maak een korte planning
Plan:
- voorbereiding;
- docentcheck;
- eventuele check bij opdrachtgever of expert;
- proefmeting of pilot;
- aanpassen van de methode;
- volledige gegevensverzameling;
- verwerking en analyse.
| Onderdeel | Eindverantwoordelijke | Wanneer klaar? |
|---|---|---|
| Onderzoeksopzet afronden | ||
| Docentcheck | ||
| Proefmeting of pilot | ||
| Opzet aanpassen | ||
| Gegevens verzamelen |
Stap 9 â Laat de opzet controleren
Important
De docent controleert de onderzoeksopzet altijd voordat de gegevensverzameling start.
Controleer de opzet daarnaast bij een opdrachtgever of expert wanneer deze persoon kan beoordelen:
- of de methode praktisch uitvoerbaar is;
- of belangrijke vakkennis ontbreekt;
- of de meetwijze geschikt is;
- of de deelnemers of omstandigheden passend zijn;
- of de uitkomst bruikbaar wordt voor de opdrachtgever.
Vraag gericht om feedback:
- âKunnen we met deze gegevens onze hoofdvraag beantwoorden?â
- âWelke factor of groep zien we over het hoofd?â
- âIs deze uitvoering veilig en realistisch?â
- âWelke fout kan onze resultaten sterk beĂŻnvloeden?â
- âIs deze opzet bruikbaar voor uw vraag?â
Verwerk de feedback voordat je begint.
Stap 10 â Plan een proefmeting of pilot
Een proefmeting of pilot is een kleine test van de methode.
Je controleert bijvoorbeeld:
- begrijpen deelnemers de vragen?
- werkt het meetinstrument?
- duurt de uitvoering niet te lang?
- ontbreken antwoordmogelijkheden?
- zijn omstandigheden voldoende gelijk?
- werkt het registratieformulier?
- ontstaan onverwachte veiligheids- of privacyproblemen?
Note
De proefmeting of pilot valt buiten de 30 minuten van deze training.
De stap blijft wel verplicht in de onderzoeksroute.
Na de proef:
- noteer wat niet werkte;
- pas de methode of registratie aan;
- laat grote wijzigingen opnieuw controleren;
- start daarna pas met de volledige gegevensverzameling.
đĄ Voorbeeld uit een Technasiumproject
Opdracht
Onderzoek welke manier van zonwering een klaslokaal het koelst houdt.
Onderzoeksvraag
Welk van drie zonweringsmaterialen zorgt bij gelijke omstandigheden voor de kleinste temperatuurstijging in een schaalmodel van een klaslokaal?
Benodigde gegevens
- starttemperatuur;
- temperatuur iedere twee minuten;
- temperatuur na twintig minuten;
- omgevingstemperatuur;
- bijzonderheden tijdens de meting.
Methode
Experiment of meting
Drie identieke schaalmodellen krijgen ieder een ander zonweringsmateriaal. De modellen worden onder dezelfde lamp geplaatst en op vaste momenten gemeten.
Wat houden we gelijk?
- afmetingen van de modellen;
- afstand tot de lamp;
- meetduur;
- positie van de sensor;
- startcondities;
- gebruikte lamp.
Registratie
| Materiaal | Ronde | Starttemp. | Temp. na 10 min | Temp. na 20 min | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|---|---|
Proefmeting
Voer eerst een ronde uit zonder zonwering. Controleer of de drie modellen ongeveer dezelfde temperatuurstijging laten zien. Is dat niet zo, onderzoek dan eerst waardoor de modellen verschillen.
Docentcheck
De docent controleert vóór de echte metingen:
- of de vergelijking eerlijk is;
- of de warmtelamp veilig wordt gebruikt;
- of de sensoren geschikt zijn;
- of het aantal herhalingen voldoende is;
- of de tabel alle benodigde gegevens bevat.
â Controleer de onderzoeksopzet
- De hoofdvraag is duidelijk en afgebakend.
- De benodigde gegevens zijn concreet beschreven.
- Iedere methode heeft een duidelijke functie.
- De selectie van bronnen, deelnemers, materialen of situaties is onderbouwd.
- De uitvoering is stap voor stap beschreven.
- De registratie is vooraf gemaakt.
- Privacy, ethiek en veiligheid zijn gecontroleerd.
- De hoeveelheid gegevens is haalbaar en bruikbaar.
- BeĂŻnvloedende factoren en beperkingen zijn benoemd.
- De docent heeft de opzet goedgekeurd.
- Waar nodig heeft een opdrachtgever of expert meegedacht.
- Een proefmeting of pilot is gepland.
â Wanneer is deze training voltooid?
Je kunt de training als Voltooid markeren wanneer:
- je hebt bepaald welke gegevens nodig zijn;
- je een passende methode of combinatie van methoden hebt gekozen;
- je hebt beschreven wat of wie je onderzoekt;
- de uitvoering en registratie zijn uitgewerkt;
- privacy, ethiek, veiligheid en kwaliteit zijn gecontroleerd;
- de docent de opzet heeft goedgekeurd;
- een proefmeting of pilot is gepland.
De proefmeting hoeft nog niet uitgevoerd te zijn om deze training als voltooid te markeren.
Warning
Voltooid is niet hetzelfde als beheerst.
Alleen de docent kan aangeven dat je deze vaardigheid beheerst. De docent kijkt ook naar de uitvoering, je aanpassingen na de pilot en de kwaliteit van de verzamelde gegevens.
đ Wat schrijf je in je reflectie?
Beschrijf kort:
- Waarom past de gekozen methode bij jullie onderzoeksvraag?
- Welke keuze in de opzet heeft de meeste invloed op de kwaliteit van het onderzoek?
- Welke privacy-, ethiek- of veiligheidsregel was voor jullie relevant?
- Welke feedback gaf de docent, opdrachtgever of expert?
- Wat willen jullie tijdens de proefmeting of pilot controleren?
- Wat heb je na de pilot aan de methode aangepast?
Voorbeeldreflectie
Wij kozen voor een experiment omdat we het effect van drie zonweringsmaterialen onder gelijke omstandigheden willen vergelijken. De afstand tot de lamp en de positie van de sensor hebben veel invloed op de resultaten. De docent zag dat onze modellen niet op dezelfde plek stonden en adviseerde om de posities na iedere ronde te wisselen. Tijdens de proefmeting controleren we of de sensoren bij dezelfde temperatuur ongeveer dezelfde waarde aangeven. Na de pilot beschrijven we pas definitief hoeveel herhalingen nodig zijn.
âĄïž Methodekaarten
Gebruik voor de verdere uitwerking: