Methodekaart — Interview of enquête
Gebruik deze methode wanneer
Je wilt weten wat mensen ervaren, vinden, nodig hebben of belangrijk vinden.
Kies interview of enquête
Geschikt wanneer je:
- wilt doorvragen;
- uitleg en voorbeelden nodig hebt;
- een kleinere groep diepgaand onderzoekt;
- onverwachte antwoorden wilt kunnen verkennen.
Geschikt wanneer je:
- antwoorden van een grotere groep wilt;
- dezelfde vragen aan iedereen stelt;
- aantallen of verhoudingen wilt vergelijken;
- korte, duidelijke vragen kunt gebruiken.
Maak goede vragen
Een goede vraag is:
- duidelijk;
- neutraal;
- gericht op één onderwerp;
- passend bij de deelnemer;
- relevant voor de onderzoeksvraag.
| Minder goed | Beter |
|---|---|
| “Vind je onze geweldige oplossing handig?” | “Hoe makkelijk vind je deze oplossing in gebruik?” |
| “Vind je de ruimte mooi en praktisch?” | Splits in twee vragen: uitstraling en gebruik |
| “Gebruik je dit vaak?” | “Hoeveel keer per week gebruik je dit?” |
Stappen
- Bepaal welke gegevens je nodig hebt.
- Kies passende deelnemers.
- Formuleer vragen.
- Zet vragen in een logische volgorde.
- Voeg uitleg en toestemming toe.
- Test de vragen bij één of twee personen.
- Pas onduidelijke of sturende vragen aan.
- Voer het interview of de enquête uit.
- Registreer antwoorden zorgvuldig.
- Anonimiseer waar mogelijk.
Basis privacy en ethiek
- deelname is vrijwillig;
- leg uit waarvoor antwoorden worden gebruikt;
- vraag toestemming voor opnamen;
- gebruik geen naam wanneer dat niet nodig is;
- stel geen gevoelige vragen zonder docentcheck;
- laat deelnemers een vraag overslaan;
- deel ruwe persoonsgegevens niet buiten het team.
Interviewleidraad
| Onderwerp | Hoofdvraag | Mogelijke doorvraag |
|---|---|---|
Enquêtecheck
- Antwoordmogelijkheden sluiten aan op de vraag.
- Er is ruimte voor “anders” of “niet van toepassing” waar nodig.
- Schalen hebben duidelijke uiteinden.
- Vragen sturen niet naar een gewenst antwoord.
- De enquête is kort genoeg.
Veelgemaakte fouten
- alleen vrienden of teamgenoten vragen;
- twee vragen in één zin;
- geen proefafname;
- deelnemers beïnvloeden tijdens het antwoorden;
- open antwoorden behandelen alsof ze exacte cijfers zijn;
- conclusies trekken over een grote groep op basis van enkele deelnemers.