Meerdere oplossingsrichtingen ontwikkelen
Training in het kort
Competentie: Ontwerpen & itereren
Indicator: OI-02 — Meerdere oplossingsrichtingen ontwikkelen en vergelijken
Niveau: Basis
Duur: ongeveer 25 minuten
Projecttype: ontwerpproject
Resultaat: minimaal drie werkelijk verschillende oplossingsrichtingen
🎯 Wat leer je?
Je leert hoe je voorkomt dat het team alleen varianten maakt van het eerste idee. Je ontwikkelt meerdere oplossingsrichtingen die:
- dezelfde kernbehoefte op een andere manier aanpakken;
- belangrijke functies anders combineren;
- verschillende technische, ruimtelijke of organisatorische principes gebruiken;
- voldoende duidelijk zijn om later eerlijk te vergelijken.
📌 Wanneer gebruik je dit?
Gebruik deze training:
- nadat ontwerpvraag, functies en belangrijkste criteria duidelijk zijn;
- voordat je een concept kiest;
- wanneer iedereen meteen hetzelfde product tekent;
- wanneer verschillen alleen kleur, vorm of materiaal zijn;
- wanneer één leerling al een “beste oplossing” heeft;
- wanneer het team ideeën te snel samenvoegt;
- wanneer de opdrachtgever meerdere opties wil zien.
🧠 Een variant is nog geen nieuwe oplossingsrichting
Variant
Hetzelfde werkingsprincipe met een andere uitvoering.
Een ronde, vierkante of groene gereedschapskast.
Oplossingsrichting
Een andere manier om de behoefte en functies te vervullen.
Een vaste reparatiezuil, een modulaire zitplek met geïntegreerd gereedschap, of een uitleensysteem met een mobiele reparatieset.
Vraag bij ieder idee:
Wat is hier fundamenteel anders aan de manier waarop het werkt, gebruikt wordt of georganiseerd is?
🛠️ Aan de slag
Stap 1 — Herhaal de ontwerpvraag en functies
Schrijf bovenaan:
- ontwerpvraag;
- kerngebruiker;
- drie tot vijf belangrijkste functies;
- twee of drie harde randvoorwaarden.
Warning
Gebruik de criteria nog niet om ideeën direct af te wijzen. Alleen een duidelijke harde grens mag een richting stoppen. Andere problemen kunnen juist aanleiding zijn voor verbetering.
Stap 2 — Ieder teamlid denkt eerst individueel
Werk drie tot vijf minuten stil.
Ieder teamlid maakt minimaal twee snelle ideeën. Gebruik eenvoudige schetsen en korte woorden. Kwaliteit en tekenvaardigheid zijn nog niet belangrijk.
Dit voorkomt dat het eerste uitgesproken idee de rest van het team stuurt.
Stap 3 — Gebruik minstens drie ontwerpprikkels
Kies prikkels die werkelijk een ander principe kunnen opleveren.
- mechanisch, elektrisch of handmatig;
- vast, verplaatsbaar of tijdelijk;
- centraal of verdeeld;
- actief of passief;
- automatisch of door gebruiker bediend.
- product, dienst of combinatie;
- individueel gebruik of gedeeld gebruik;
- eigendom, uitleen of reservering;
- permanent beschikbaar of op aanvraag;
- één multifunctioneel systeem of losse modules.
- gebruiker bedient zelf;
- systeem begeleidt stap voor stap;
- expert ondersteunt op afstand;
- product voorkomt fouten;
- gebruiker past onderdelen zelf aan.
- welke functies moeten echt in één product?
- welke functie kan apart?
- welke functie kan door de omgeving worden uitgevoerd?
- kunnen onderdelen wisselen?
- kan één onderdeel meerdere functies vervullen?
- wat als er bijna geen ruimte is?
- wat als er geen elektriciteit is?
- wat als onderhoud maar één keer per jaar kan?
- wat als een kind het zelfstandig moet gebruiken?
- wat als het ontwerp tijdelijk of volledig demontabel moet zijn?
Stap 4 — Deel ideeën zonder discussie
Ieder teamlid licht ideeën maximaal één minuut toe.
Tijdens deze ronde:
- stel alleen verduidelijkende vragen;
- beoordeel nog niet;
- zeg niet meteen waarom iets niet kan;
- noteer waardevolle principes;
- geef ieder idee een korte naam.
Stap 5 — Groepeer ideeën op werkingsprincipe
Leg vergelijkbare ideeën bij elkaar.
| Richting | Kernprincipe | Welke functies vervult dit anders? |
|---|---|---|
| A | ||
| B | ||
| C | ||
| D |
Wanneer twee richtingen bijna hetzelfde principe hebben, voeg ze samen als varianten.
Stap 6 — Maak minimaal drie conceptrichtingen zichtbaar
Werk iedere richting ongeveer even ver uit.
Per richting:
- naam;
- kernidee in één zin;
- eenvoudige overzichtsschets;
- belangrijkste onderdelen;
- gebruiksstappen;
- welke functies worden vervuld;
- één sterk punt;
- één nadeel of onzekerheid.
| Onderdeel | Richting A | Richting B | Richting C |
|---|---|---|---|
| Kernidee | |||
| Werkingsprincipe | |||
| Belangrijkste functies | |||
| Sterk punt | |||
| Nadeel/onzekerheid |
Stap 7 — Controleer de verschillen
Vraag:
- gebruikt iedere richting een ander kernprincipe?
- beleeft de gebruiker iedere richting anders?
- zijn functies anders verdeeld of gecombineerd?
- zouden verschillende technische of ruimtelijke keuzes nodig zijn?
- zijn alle richtingen ongeveer even duidelijk uitgewerkt?
Wanneer het antwoord meestal nee is, ontwikkel nog een andere richting.
Stap 8 — Doe een eerste harde-eisencheck
Controleer alleen duidelijke blokkades:
| Harde eis | A | B | C |
|---|---|---|---|
| voldoet / onbekend / voldoet niet |
Een richting met onbekend blijft mogelijk, maar krijgt een onderzoeksvraag of test.
Important
Gebruik deze stap niet om één favoriet idee vroeg te laten winnen. De uitgebreide vergelijking volgt pas in de volgende training.
Stap 9 — Bewaar waardevolle onderdelen
Noteer per richting:
Welk onderdeel, principe of inzicht willen we later mogelijk combineren of testen?
Een niet-gekozen richting is niet automatisch verloren werk.
💡 Voorbeeld uit een Technasiumproject
Ontwerpvraag
Hoe kunnen we recreatieve mountainbikers langs de route veilig helpen bij kleine reparaties, binnen weinig ruimte en met beperkt beheer?
Richting A — Vaste reparatiezuil
- fiets hangt aan een vaste steun;
- gereedschap zit aan staalkabels;
- pomp en instructies zijn geïntegreerd;
- compact en direct beschikbaar;
- risico: vandalisme en weinig beschutting.
Richting B — Modulaire rustplek
- zitbank, overkapping en reparatieonderdelen vormen losse modules;
- onderdelen kunnen apart vervangen worden;
- comfortabel bij slecht weer;
- groter en duurder.
Richting C — Uitleensysteem
- gebruiker haalt met een QR-code een afgesloten reparatieset op;
- set kan op meerdere locaties gebruikt worden;
- weinig vaste onderdelen in openbare ruimte;
- afhankelijk van beheer, telefoon en terugbrengen.
Dit zijn werkelijk verschillende richtingen: vaste voorziening, ruimtelijke combinatie en dienst/uitleensysteem.
✅ Controleer jullie oplossingsrichtingen
- Ieder teamlid heeft eerst individueel ideeën ontwikkeld.
- Minimaal drie ontwerpprikkels zijn gebruikt.
- Ideeën zijn niet direct beoordeeld.
- Vergelijkbare ideeën zijn gegroepeerd.
- Minimaal drie richtingen gebruiken een ander kernprincipe.
- Alle richtingen zijn ongeveer even ver uitgewerkt.
- Per richting zijn sterk punt en onzekerheid benoemd.
- Harde eisen zijn alleen als eerste controle gebruikt.
- Waardevolle onderdelen uit alle richtingen zijn bewaard.
✅ Wanneer is deze training voltooid?
Je kunt de training als Voltooid markeren wanneer:
- minimaal drie werkelijk verschillende oplossingsrichtingen zijn ontwikkeld;
- iedere richting een kernidee, schets, functies en werkingsprincipe bevat;
- iedere richting een sterk punt en onzekerheid heeft;
- een eerste harde-eisencheck is uitgevoerd;
- de richtingen klaar zijn om eerlijk te vergelijken.
Warning
Voltooid is niet hetzelfde als beheerst.
Alleen de docent kan aangeven dat je deze vaardigheid beheerst. De docent kijkt ook of je zelfstandig kunt loskomen van het eerste idee en bewust verschillende principes onderzoekt.
🔄 Wat schrijf je in je reflectie?
- Welke richting verschilde het meest van jullie eerste idee?
- Welke ontwerpprikkel hielp het meest?
- Waar begonnen jullie toch te vroeg te beoordelen?
- Welke harde eis maakte een richting onzeker?
- Welk onderdeel uit een niet-gekozen richting blijft waardevol?
- Wat moet vóór de vergelijking nog duidelijker worden?
Voorbeeldreflectie
Ons eerste idee was meteen een reparatiezuil. Door de prikkel “product of dienst” ontstond een uitleensysteem. Dat verschilde het meest van ons eerste idee. We merkten dat we deze richting direct wilden afwijzen vanwege beheer, terwijl nog niet duidelijk is hoeveel beheer mogelijk is. We hebben dat daarom als onzekerheid genoteerd. Uit de modulaire rustplek willen we de vervangbare onderdelen mogelijk later combineren met een compactere richting.
➕ Verdiepen
- gebruik een morfologische kaart om functies systematisch te combineren;
- ontwikkel één bewust extreme richting;
- laat gebruiker of expert reageren zonder meteen te kiezen;
- maak fysieke snelle modellen van meerdere principes;
- onderzoek hoe dezelfde richting verandert bij een andere doelgroep.