Ga naar inhoud
← Onderzoeken

Een scherpe onderzoeksvraag formuleren

Training in het kort

Competentie: Onderzoeken
Indicator: OZ-01 — Onderzoeksvraag en aanpak formuleren
Niveau: Basis
Duur: ongeveer 25 minuten
Projecttype: onderzoeksproject
Resultaat: een duidelijke en onderzoekbare hoofdvraag

🎯 Wat leer je?

Je leert hoe je van een breed vraagstuk naar een hoofdvraag gaat die:

  • duidelijk maakt wat je wilt weten;
  • voldoende is afgebakend;
  • met gegevens te beantwoorden is;
  • binnen de beschikbare tijd uitvoerbaar is;
  • niet al een gewenste uitkomst bevat.

📌 Wanneer gebruik je dit?

Gebruik deze training:

  • bij de start van een onderzoeksproject;
  • wanneer het onderwerp nog erg breed is;
  • wanneer hoofdvraag en opdracht bijna hetzelfde zijn;
  • wanneer niet duidelijk is wat je moet meten, zoeken, vragen of observeren;
  • wanneer de vraag alleen met ja of nee beantwoord kan worden;
  • wanneer de vraag meerdere grote onderzoeken tegelijk bevat;
  • wanneer de opdrachtgever al een oplossing in de vraag heeft gezet.

🧠 Van vraagstuk naar onderzoeksvraag

Gebruik deze route:

Vraagstuk → Doel → Afbakening → Benodigde gegevens → Hoofdvraag

Vraagstuk

Wat speelt er en voor wie is dit relevant?

Doel

Welk inzicht moet het onderzoek opleveren?

Afbakening

Wat onderzoek je wel en niet?

Benodigde gegevens

Welke informatie heb je nodig om een antwoord te kunnen geven?

Hoofdvraag

De precieze vraag die jullie met het onderzoek beantwoorden.


🛠️ Aan de slag

Stap 1 — Beschrijf het vraagstuk zonder oplossing

Gebruik maximaal drie zinnen:

  1. Wat is de huidige situatie?
  2. Voor wie is dit een probleem of kans?
  3. Waarom is meer inzicht nodig?

Te oplossingsgericht

De school heeft meer planten nodig om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Onderzoekend

In enkele lokalen ervaren leerlingen de lucht als benauwd. De school weet nog niet welke factoren tijdens lessen samenhangen met de gemeten luchtkwaliteit.

Stap 2 — Bepaal het onderzoeksdoel

Maak af:

Met dit onderzoek willen we inzicht krijgen in …

Een onderzoeksdoel beschrijft kennis of inzicht, niet meteen een product.

Niet

We willen een ventilatiesysteem ontwerpen.

Wel

We willen inzicht krijgen in hoe CO₂-concentratie, bezetting en ventilatiegedrag tijdens lessen samenhangen.

Stap 3 — Baken de vraag af

Kies bewust:

Onderdeel Onze afbakening
doelgroep of gebruiker
locatie
periode of meetmoment
situatie of omstandigheden
belangrijkste factoren
wat onderzoeken we niet?

Tip

Een kleinere vraag die zorgvuldig wordt onderzocht is waardevoller dan een grote vraag waarop alleen een oppervlakkig antwoord mogelijk is.

Stap 4 — Verduidelijk belangrijke begrippen

Markeer woorden die verschillend uitgelegd kunnen worden.

Voorbeelden:

  • comfortabel;
  • duurzaam;
  • effectief;
  • gebruiksvriendelijk;
  • gezond;
  • aantrekkelijk;
  • succesvol.

Maak deze woorden concreter.

Te vaag

Welke inrichting is het meest aantrekkelijk?

Concreter

Welke van drie tijdelijke zitopstellingen wordt tijdens de grote pauze het vaakst gebruikt en krijgt van leerlingen de hoogste waardering voor comfort?

Stap 5 — Bepaal welke gegevens nodig zijn

Maak af:

Om deze vraag te beantwoorden, moeten we weten …

Wat moeten we weten? Welke gegevens zouden dit laten zien?

Wanneer je geen bruikbare gegevens kunt bedenken, is de vraag waarschijnlijk nog niet onderzoekbaar genoeg.

Stap 6 — Kies een passend vraagtype

Brengt een bestaande situatie in kaart.

Hoe verandert de CO₂-concentratie tijdens het derde lesuur in lokaal B12?

Vergelijkt groepen, situaties, materialen of werkwijzen.

Welk van drie zonweringsmaterialen veroorzaakt bij gelijke omstandigheden de kleinste temperatuurstijging?

Onderzoekt welke factoren samenhangen met of mogelijk bijdragen aan een verschijnsel.

Welke relatie is er tussen raamgebruik, bezetting en CO₂-concentratie tijdens lessen?

Beoordeelt een bestaande aanpak aan de hand van criteria.

In hoeverre voldoet de huidige fietsenstalling aan de behoeften van leerlingen op het gebied van capaciteit, veiligheid en gebruiksgemak?

Warning

Een verklarende vraag vraagt meestal een sterkere onderzoeksopzet dan een beschrijvende vraag. Schrijf niet automatisch dat één factor iets veroorzaakt wanneer je alleen een verband meet.

Stap 7 — Formuleer de hoofdvraag

Een bruikbare hoofdvraag bevat waar relevant:

  • wat je onderzoekt;
  • bij wie of wat;
  • waar;
  • wanneer of onder welke omstandigheden;
  • welke vergelijking of relatie centraal staat.

Controleer de vraag:

  • één duidelijke hoofdzaak;
  • geen gewenste uitkomst;
  • niet alleen een ja/nee-vraag;
  • met gegevens te beantwoorden;
  • binnen tijd en middelen uitvoerbaar;
  • begrippen zijn voldoende concreet;
  • passend bij het doel van de opdrachtgever.

Stap 8 — Maak alleen noodzakelijke deelvragen

Een deelvraag helpt om de hoofdvraag te beantwoorden.

Gebruik bijvoorbeeld:

  1. Welke bestaande kennis is nodig?
  2. Welke huidige situatie moeten we beschrijven?
  3. Welke groepen, factoren of opties vergelijken we?
  4. Welke gegevens moeten we combineren?
Deelvraag Welke bijdrage levert deze aan de hoofdvraag? Methode

Warning

Een lijst met losse interessante vragen is nog geen onderzoeksstructuur. Verwijder een deelvraag wanneer het antwoord niet nodig is voor de hoofdconclusie.

Stap 9 — Doe de uitvoerbaarheidscheck

Controleer:

  • zijn deelnemers, bronnen, locaties of materialen bereikbaar?
  • mogen jullie deze gegevens verzamelen?
  • zijn meetmiddelen beschikbaar?
  • past de hoeveelheid gegevens binnen de tijd?
  • kan de vraag veilig en zorgvuldig worden onderzocht?
  • is voldoende expertise beschikbaar?
  • kan de uitkomst werkelijk bruikbaar zijn?

Stap 10 — Laat de vraag controleren

Leg de vraag voor aan docent en waar relevant opdrachtgever of expert.

Vraag:

  • “Is duidelijk welk inzicht deze vraag moet opleveren?”
  • “Is de afbakening bruikbaar voor uw vraagstuk?”
  • “Zien we een belangrijk begrip of perspectief over het hoofd?”
  • “Is deze vraag binnen de beschikbare tijd uitvoerbaar?”
  • “Formuleren we een verband of oorzaak te sterk?”

Verwerk de feedback voordat je de onderzoeksopzet maakt.


💡 Voorbeeld uit een Technasiumproject

Breed vraagstuk

Hoe maken we schoollokalen gezonder?

Dit bevat veel mogelijke onderwerpen: luchtkwaliteit, licht, geluid, temperatuur, ergonomie en gedrag.

Afbakening

  • locatie: drie vergelijkbare lokalen;
  • doelgroep: klassen van 25–30 leerlingen;
  • periode: tweede en derde lesuur;
  • factoren: CO₂, bezetting en raamgebruik;
  • niet onderzocht: temperatuurcomfort, fijnstof en verlichting.

Hoofdvraag

Welke relatie is er tijdens het tweede en derde lesuur in drie vergelijkbare lokalen tussen de CO₂-concentratie, het aantal aanwezige personen en het openen van ramen?

Deelvragen

  1. Hoe verandert de CO₂-concentratie per lokaal tijdens een les?
  2. Hoeveel personen zijn per meetmoment aanwezig?
  3. Wanneer en hoe lang worden ramen geopend?
  4. Welke verschillen zijn zichtbaar tussen de drie lokalen?

De vraag leidt nog niet direct tot een ventilatieadvies. Eerst moeten de gegevens worden verzameld en geanalyseerd.


✅ Controleer de hoofdvraag

  • Het vraagstuk is zonder vooraf gekozen oplossing beschreven.
  • Het onderzoeksdoel gaat over inzicht.
  • Doelgroep, locatie, situatie en scope zijn afgebakend.
  • Vage begrippen zijn concreet gemaakt.
  • Benodigde gegevens zijn te benoemen.
  • Het vraagtype past bij het gewenste antwoord.
  • De vraag is niet te groot voor tijd en middelen.
  • Deelvragen zijn noodzakelijk voor de hoofdvraag.
  • Docent en eventueel opdrachtgever of expert hebben feedback gegeven.

✅ Wanneer is deze training voltooid?

Je kunt de training als Voltooid markeren wanneer:

  • het vraagstuk en onderzoeksdoel zijn beschreven;
  • de belangrijkste afbakening is vastgelegd;
  • vage begrippen zijn verduidelijkt;
  • een onderzoekbare hoofdvraag is geformuleerd;
  • noodzakelijke deelvragen zijn gekoppeld aan de hoofdvraag;
  • de uitvoerbaarheid is gecontroleerd;
  • feedback op de vraag is verwerkt.

Warning

Voltooid is niet hetzelfde als beheerst.
Alleen de docent kan aangeven dat je deze vaardigheid beheerst. De docent kijkt ook of je in verschillende projecten zelfstandig een passende en uitvoerbare onderzoeksvraag kunt formuleren.


🔄 Wat schrijf je in je reflectie?

  1. Welke afbakening maakte jullie vraag uitvoerbaar?
  2. Welk begrip moesten jullie verduidelijken?
  3. Welke mogelijke vraag hebben jullie bewust niet onderzocht?
  4. Welke feedback veranderde de hoofdvraag?
  5. Wat moet in de onderzoeksopzet nog worden bepaald?
Voorbeeldreflectie

Onze eerste vraag ging over gezonde schoollokalen en was te breed. We hebben het onderzoek beperkt tot CO₂, bezetting en raamgebruik in drie vergelijkbare lokalen. Het woord “gezond” hebben we uit de hoofdvraag gehaald, omdat we niet alle gezondheidsfactoren onderzoeken. De docent wees erop dat we met onze opzet waarschijnlijk een relatie kunnen beschrijven, maar geen oorzaak kunnen bewijzen. Daarom hebben we “welke invloed heeft” veranderd in “welke relatie is er”. De volgende stap is bepalen op welke momenten en met welke sensor we meten.